Coaching onderwijs

Onderwijs geven doe je met hart en ziel vanuit de verbinding met het kind.
Een kind wordt gezien, gekend, gerespecteerd en uitgedaagd te komen tot emotionele -, sociale - en cognitieve ontwikkeling.
Dit is des te belangrijker wanneer de ontwikkeling van een kind niet zonder problemen verloopt.
Welk gedrag het kind ook vertoont, de leerkracht laat het kind niet los en gaat steeds weer op zoek hoe het kind te helpen zich te ontwikkelen.

Ieder kind heeft recht op goed onderwijs, op een betrokken leerkracht of leraar, die steeds weer op zoek gaat naar het kind achter gedrag.
Weten waar gedrag vandaan komt, welke de onderwijsbehoeften de leerling heeft,
en… vaak kan het kind je dit zelf heel goed vertellen.
In deze visie ben ik geïnspireerd door de Japanse meester Kanamori en door Marcel van Herpen.
Kanamori ontwikkelt een diepgaande relatie met zijn klas, overtuigd als hij is om vanuit relatie kinderen het meest waardevolle te kunnen mee geven in zijn onderwijs. Hij ontwikkelt onderwijs dat in het Japanse onderwijssysteem onbekend is.
Marcel van Herpen leert ons hóe we in verbinding met het kind kunnen blijven.
Onderliggend model van Luc Stevens dat ieder kind behoefte heeft aan relatie, competentie en autonomie is voorwaardelijk om tot leren te komen. Ik geloof dat deze basisbehoeften ook gelden voor de ouders van het kind en voor leerkrachten.
Onderwijscoaching
Ik coach scholen op niveau van directie, ib-ers, leerkrachten en onderwijsondersteuners.

Waar staat de school en waar wil de school naar toe?
Een school heeft of zoekt een eigen identiteit, bepaalt doelen en ambities of wil deze helder formuleren.
Ik coach scholen om zich op deze gebieden te ontwikkelen. Coachingsvragen kunnen liggen op het gebied van pedagogisch klimaat, didactische kwaliteit en/of opbrengsten.

Waar wil een school naar toe? In dit traject:

  • Onderzoeken we samen waar de sterke kanten van een school, team, intern begeleider en leerkrachten liggen. Hoe we deze kunnen gebruiken voor verdere ontwikkeling?
  • Analyseren we kwaliteit en kwantiteit.
  • Stellen we langetermijndoelen (hoog en realistisch) en vertalen deze in kortetermijndoelen.
  • Welke kennis, vaardigheden zijn hiervoor nodig?
  • Wat zijn of worden de ambities en hoe kan een school deze realiseren?

Begeleiding om tot deze doelen te komen kan ‘op maat’ gegeven worden.

Scholen die minder kwaliteit ontwikkelen dan ze graag willen, hebben vaak de volgende overeenkomst: er is geen (zicht op) gezamenlijke visie en handelingswijzen, geen gezamenlijk gedragen ambities én er is vaak geen zicht op de documentenstructuur van de school waarin visie, uitgangspunten en werkwijzen zijn vastgelegd:

  • de school heeft vaak meer kwaliteit dan ze op papier verwoorden,
  • de school heeft meer op papier dan ze weten, het zijn echter geen levende/ handelingsgerichte documenten,
  • er is weinig verbinding tussen onderwijspraktijk en documenten.

Teamleden weten niet van waaruit te handelen. Dit kan leiden tot positieve autonomie of negatieve apathie. Het risico van te veel autonomie is dat de onderlinge samenhang verdwijnt en school doorgaande lijnen mist.

Ik hecht belang aan de ondersteunende modellen voor instructie (zoals het Expliciete Directe Instructie Model) of voor klassenmanagement.
Modellen als ondersteunende structuur voor het geven van goed onderwijs, niet als afvinklijstjes die in iedere les aan bod moeten komen.
Een veilig en stimulerend pedagogisch klimaat om van hieruit adaptief onderwijs te kunnen bieden.

Speciaal onderwijs en speciaal basisonderwijs zijn bekende terreinen voor mij.

Samen bepalen we de snelheid van de processen, waarbij inhoud voor gaat op snelheid:
gras groeit niet harder door er aan te trekken….bureaublad-achtergrond-met-groen-gras-en-water-druppels